woensdag 26 juni 2013

Pesten....

Gepeste kinderen zijn vandaag geen moment meer gerust

OPINIE − 26/06/13, 08u42
dm column San F. Yezerskiy (1983) combineert een voltijdse kantoorjob met een prille carrière als schrijver. Norah Karrouche (1984) is historica door de week en schrijft in haar vrije tijd. Een wisselcolumn - op woensdag - leek ook hen een goed idee.
  • © kos.
    San F. Yezerskiy
  •  
    Hou je kind niet voor dat het 'hier sterker uitkomt', want dat is een leugen. Vijftien jaar later kamp ik nog altijd met paniekaanvallen in sociale situaties
Afgelopen week was op Nederland 3 de documentaire 'Bully' te zien, een film die een jaar lang een aantal kinderen volgt die gepest worden op school - en de vader van een kind dat er vandaag niet meer is. Ik volgde online hoe de uitzending een golf van verontwaardiging teweegbracht bij Nederlandse ouders, maar besefte tegelijk ook hoe relatief zoiets is: aan onze kant van de Moerdijk is het onderwerp weer volledig uit de aandacht verdwenen, nog geen twee maanden na de laatste zelfmoord die aan pesten werd gelinkt.

Een half leven geleden verschilde ik in niets van de sukkeltjes uit deze film. Onhip, verlegen, weinig opvallend in de klas. Altijd als laatste gekozen in de turnles. Niet stoer genoeg om niet voortdurend "homo" genoemd te worden door wie dat wel was. Toch bezorgde de middelbare school mij aanvankelijk weinig problemen, vooral omdat ik bevriend was met een jongen die wel goed in de groep lag.
Halfweg het tweede jaar kregen we ruzie. Op een schoolreis was ik erg kwaad geworden om iets wat hij mij had geflikt - niet onterecht, maar misschien een tikkeltje te fel. Terug op school was de vriendschap over en van de ene dag op de andere stond ik alleen. Ik werd niet lastig gevallen, enkel genegeerd, alsof niemand mij nog opmerkte. De groepen op de speelplaats waren definitief gevormd, dus bracht ik steeds meer pauzes alleen door. En hoe meer ik alleen was, hoe meer ik in het oog liep. Op de bus begonnen de achterste rijen mij uit te lachen, nét luid genoeg zodat ik het kon horen. In de schoolgangen kreeg ik geniepige schoppen van kinderen die ik niet eens kende, maar die mij als fair game beschouwden omdat ik de eenzaat was. Na een half jaar zag ik er zo tegenop om 's middags de refter binnen te gaan, en alleen te zitten tussen duizend kinderen, dat ik mij vlak voor de pauze verstopte, in de hoop dat ik naar buiten kon glippen zonder dat een oppasser het zag. Bij slecht weer verborg ik mij in de toiletten. Elke middag, twee jaar lang. Alleen maar zodat de beledigingen en de schoppen beperkt zouden blijven tot de wandeling van en naar het klaslokaal.

Er was een periode waarin ik 's ochtends thuis snel een paar slokken alcohol naar binnen goot - uit de onaangeroerde flessen in de drankkast, smerige likeuren die niemand lustte - voor ik naar de bushalte vertrok. Uiteraard zonder effect, behalve dat ik bovenop alles ook nog eens een vieze smaak in mijn mond had.

Er moet al veel gebeuren voor een kind zal toegeven dat het gepest wordt - dat het gefaald heeft, een loser is in de ogen van zijn leeftijdsgenoten, zijn ouders, zichzelf. Het kind zoekt liever zelf naar oplossingen, tot het zo ver heen is dat alleen die allerlaatste oplossing nog haalbaar lijkt.

Ik had het geluk dat dit de late jaren negentig waren, en nog maar hoop en al twaalf mensen het internet kenden. Zo had ik thuis wat afleiding, kon ik zelfs contact leggen met die elf anderen, die mij iets gaven om naar uit te kijken. Ik vertelde alles aan mijn ouders en verhuisde naar een nieuwe school, waar bleek dat ik in een kleinere omgeving best charmant en gevat kon zijn. Vandaag gaat het pesten echter ook na de schooluren verder. Kinderen worden online constant achtervolgd, zijn geen moment meer gerust. Tot er iets breekt.

Als je kind de indruk geeft dat er iets aan de hand is, denk dan alsjeblief niet: "het is vast niet zo erg", maar zoek uit hoe erg het precies is, en grijp in. Hou je kind niet voor dat het "hier sterker uitkomt", want dat is een leugen. Vijftien jaar later krijg ik nog altijd paniekaanvallen in sociale situaties. Ik heb nog steeds moeite met kritiek of afwijzing - ook al heb ik een beroep gekozen waarin ik met die twee zaken voortdurend te maken krijg.

Veel moeite hoeft het niet te kosten: hou gewoon je ogen open. Een kind van veertien is niet oud genoeg om alles alleen op te lossen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten